Pluisje

Heel voorzichtig wandelt een pluisje over mijn pas gepoetste vloer.

Ik duik neer op het tapijt en, met mijn smartphone in de hand, lig ik op de loer.

Zo een stoutmoedig pluisje, dat kan ik tolereren…

al moet ik het door de vingers zien nog leren

Dankbaar komt het pluisje weer voorbij

En maakt een tussenstop vlak bij mij

received_10153440787984318

Wat kom je mij vertellen Pluisje?

Even Rust

want veilig is de kust

En dan hop, achter Jasmine aan.

Die spurt hier met eigen maak blauwe besjes vandaan.

In de keuken, geduldig wachtend aan haar zij…

kijkt Pluisje toe van dichtbij

kindjes rennen op en neer

pluisje surft op de windgolven keer op keer

Opgepast daar komen Saartjes voetjes aan

toen is Pluisje uit beeld gegaan

Waar ben je Pluisje?

Pluisje is gaan schuilen in de gang.

teveel voetjes in de gang maken Pluisje bang.

Pluisje kan niet kruipen achter het behang.

We hoeven niet te kijken uit onze doppen

want Pluisje heeft zich onder de schoenenkast kunnen verstoppen

Ik ben niet gaan kijken

maar zou niet verwonderd zijn, mocht later blijken

dat Pluis geluk heeft kunnen vinden

herenigd onder de kast met haar andere pluizenvrienden.

pluisje

Advertisements

Artistieke kwetsbaarheid deed mijn hart overstromen van liefde. Love you all!

Ik bijt op mijn tong.  Probeer niet te laten merken dat dit prachtig live gebracht nummer me raakt. Ik kan hier toch moeilijk beginnen ‘blijten’ zoals ze dat bij ons zeggen. J Nee ik vecht, de krop in mijn keel zakt terug naar beneden, maar dit nummer heeft me geraakt.  Hier tijdens het huiskamerconcert van André Van den Boogaart, bij mijn creatieve, initiatiefrijke, kleurrijke, hartelijke, grappige en gastvrije vriendin Wendy.

Wat geweldig dat ik dapper was.  Ben met mezelf lachend op mijn fietske naar hier gekomen.  Daar reed ik dan, in mijn strakke jeans, een doorschijnend wit topje met kleurrijke libellen en mijn favoriete “special occasions” schoenen met hoge hakken.  Natuurlijk al mijn spulletjes en prulletjes voor vertrek netjes overgeladen van mijn dagdagelijks praktische “hands free”  handtasje in mijn “sjieke leren sjakosj”.

Ik kroop uit mijn veilige cocon, pimpte mezelf op en verscheen na mijn korte fietsrit beverig, flitsend, lachend bij Wendy aan de voordeur.  Ontsnapt uit mijn comfortabel voorspelbaar leventje.  Onder het motto “Niet durven, toch doen”.

Heb het zelfs gedurfd om alle aanwezigen een hand te geven en me voor te stellen.  Ikke, die een hekel heeft aan handjes geven.  Die komt uit een familie waarbij je liefst bescheiden van ver effe zwaait.  Vond het best knap van mezelf dat ik dat durfde. “Stoer van jou” zeggen ze hier.

We installeren ons na een tijdje kennis maken en thee drinken in de zomerse avondlucht, met z’n allen binnen, in Wendy’s koddige huiskamer, zoals ze zelf zegt, met onze stoelen in cirkelvormige rijen rondom de zanger heen.  Ik maak me zorgen dat de man schuin achter me, niks zal zien met mijn krullen voor zijn neus.  Hij stelt me lachend gerust, dat ik best gewoon rechtop mag zitten, dat hij prima alles ziet, wanneer hij merkt dat ik speciaal voor hem toch wat schuin was gaan zitten.  Liefff J

André begint zijn verhaal.  Hij gaat met zijn handen door zijn haar terwijl hij vertelt.  Zijn haar krult mooi en wanneer hij zingt zie je pas hoe knap hij eigenlijk is.  Zo een mooie stem. Dankzij het verhaal vooraf raakt hij me.  Het lied is gericht aan God en gaat over zijn mama die al is overleden.  Zo mooi.  Zo pijnlijk het verdriet om zijn mama te moeten missen.  Hij zegt het niet letterlijk maar je hoort het tussen de lijntjes.  Wat ziet hij haar graag en wat wil hij dat ze het daar goed stelt in de hemel.  Niet omdat hij daarin gelooft, maar vooral omdat zij daar heel haar leven heeft in geloofd.  ‘Hey God’ zingt hij als eerste liedje deze avond.  Ze was een heel rationeel mens en hij vond het dan ook contradictorisch dat ze in God geloofde.

Ook het verhaal over zijn papa boeit me.  Het is zo uit het leven gegrepen.  Zijn pa bouwde luchtkastelen en vertelde straffe verhalen. Hij trok mensen aan als een magneet. Hij was een dromer.

Zo onzeker als hij is tijdens het vertellen van zijn eigen levensverhaal, des te zekerder is hij zodra hij begint te zingen.  En nee, de verhalen zijn nog niet zo scherp, zoals hij zou willen.  En ze sluiten nog niet goed genoeg aan op de nummers die later volgen. Dat was best kritische feedback van een andere aanwezige dame, later op de avond.  Maar ik, ik vond het geweldig.  Het is ook nog maar en “try-out” van zijn theatershow in wording.  Het is niet perfect, maar voor mij hoeft het niet perfect te zijn.  Ik hou van “beautifully imperfect”.  Hij heeft mij weten te bekoren.

Er is iets in zijn uitstraling en onzekerheid en eerlijke openlijke kwestbaarheid dat me doet denken aan het kleine kind in hem.  Het doet beroep op mijn moedergevoelens, en ik weerhoud mezelf ervan, om hem in mijn armen te nemen en te sussen en te zeggen dat het allemaal wel goed zal komen.  Hij wil toch alleen maar liefde en veiligheid. Erkenning van zijn ouders, dat ze trots op hem zouden zijn. Dat willen we toch allemaal.  Wat frappant is, is dat mijn gevoel eigenlijk verwoord wordt in het liedje over zijn vader “Het kind is groot”.

Wel ik kende André Van den Boogaart tot voor kort niet.  Maar ik ben toch fan geworden en heb zijn CD gekocht.

We praten na het optreden en zijn vertrek nog na met een glaasje wijn.  Een wijze vrouw zegt me dat ze best wel snapt dat veel dames op André vallen omdat hij op de grens loopt.  Die straffe verhalen, anecdotes die we vandaag hoorden.  Zijn openlijk toegeven van zijn drankgebruik.  Ze zegt dat het vrouwen aantrekt, mannen die zo op de grens lopen, maar dat het levensgevaarlijk is binnen een relatie.  Ik geloof haar.  Iets in mij weet dat ze gelijk heeft.

Wat ben ik onder de indruk aan het einde van de avond.  ’s Anderendaags kan ik eindelijk mijn verhaal hierover kwijt.

Zo een huiskamerconcert is een aanrader. Dit huiskamerconcert was een schot in de roos.  Het overtrof al mijn verwachtingen!

Het heeft mijn hartje verder open gezet.  Deze ochtend tijdens mijn ochtendritueel stond ik luidkeels mee te zingen in de badkamer met “kleine jongen” van André Hazes.  Een van de lievelingsnummers van mijn pa.  Tranen in de ogen. Ach waarom ook ni. Zet de sluizen maar open en laat maar lopen.   Zal mijn contactlenzen dadelijk wel in doen.  😉

Mijn hart overstroomt van liefde. Wat zie ik ze graag.  Mijn ma, mijn pa, …. Mijn gezinnetje, mijn dierbaren, mijn vrienden, vriendinnetjes,… een overvloed aan liefde en dat kan ik niet anders lieve mensen, dan delen met jullie.  Love you all!august2014 1150 carpe diem

En dan is het zover: het grote vertrek van België naar Frankrijk

En dan is het zover: het grote vertrek van België naar Frankrijk

 

Maandag 8 mei 2006: uitzonderlijke omstandigheden dag…

Vandaag start ons nieuwe leven, want we vertrekken naar Frankrijk. Niet zomaar even op reis, als een vakantie.  Nee, we gaan een maandje in een gemeubeld appartementje wonen, helemaal in het zuiden van Frankrijk, aan de zee, in Victoria Suites, in La Baie des Anges. Tijdens deze “interim living” gaan we een huisje zoeken om ons dan in Frankrijk te vestigen.

Mijn avontuurlijke poolse man, Simon, heeft zijn land al verlaten in 1997 om naar België te komen wonen, zodat we samen kunnen zijn.  Hij heeft die stap al gemaakt, is al uit zijn vertrouwde omgeving vertrokken om in een ander land helemaal opnieuw te beginnen.

Ik ben maar een bange Vlaamse muis en vind het een heel groot avontuur.  Het spreekt voor zich dat ik een beetje bang ben, maar ik vertrouw erop dat het goed komt.  Vandaag reizen, ons zoontje Joachim van 2j en 8 maanden en ik samen met de papa mee naar het Zuiden.

 

De dag lijkt een aaneenschakeling te worden van onvoorziene omstandigheden.

We staan vertrekkensklaar, maar de taxi is er nog niet.  Het is heel uitzonderlijk dat de taxi te laat komt.  Simon reist nu al maanden elke maandag naar Frankrijk en komt elke vrijdag weer naar België.  En elke maandag ochtend staat die taxi er al minstens een kwartier te vroeg te wachten.  Uiteindelijk komt de taxi toch, Simon had nog eens met de taxicentrale gebeld en op dat moment kwam hij net aan.  Onze Italiaanse buurvrouw, Nicoletta, staat klaar om ons uit te zwaaien en onze jongen nog eens goed vast te pakken en een dikke kus te geven.  De buurvrouw met de grote hond, die vooraan in de straat woont, vertrekt naar haar werk, maar komt eerst speciaal nog achteruit gereden tot bij ons om ons het beste te wensen.  Dag lieve mensen allemaal. Dag  huisje in Wezembeek-Oppem.

De taxichauffeur rijdt binnendoor om de drukke Brussels ring te vermijden, maar toch is er onderweg naar de luchthaven file, dus er zit niets anders op dan geduldig aan te schuiven.  We beginnen een beetje zenuwachtig te worden, want we vrezen te laat te komen en onze vlucht te missen.  Uiteindelijk komen we aan en onze vlucht heeft anderhalf uur vertraging.  Dat is ook de eerste keer dat Simon dat meemaakt.  We checken in en alles verloopt vlot.  We zitten te wachten aan de gate en plots zijn de andere passagiers verdwenen.  We gaan naar het informatiebord kijken en het blijkt dat onze vlucht van aan een andere gate zal vertrekken.  Dus wij wandelen gauw tot aan de andere gate.  Onze jongen vindt het allemaal geweldig: met de taxi rijden, de vliegtuigen die we zien vertrekken en rondrijden, maar vooral de roltrappen en rolbanden vindt hij fantastisch.  Hij wil zelfs geen handje meer geven op de rolbanden: als een grote stapt hij er voorzichtig op en met een sprongetje springt hij er af!

Onze jongen is echt heel braaf tijdens heel de vlucht, voorbeeldig!  Een kleine nieuwsgierige wereldreiziger die geniet van het hier en nu.

Om nog even verder te gaan met de uitzonderlijke omstandigheden: aangekomen en uitgestapt uit het vliegtuig komen we in een gang terecht voor gesloten schuifdeuren en achter ons sluiten ze ook.  Samen met nog een viertal passagiers zitten we opgesloten, oeps.  Tot een hostesse ons komt ‘redden’.  We moeten alweer geduldig aanschuiven om onze huurwagen op te pikken.  Dan nog eens wachten op het kinderstoeltje. We zijn blij met ons huurwagentje een zwarte Kia Rio (mooi en vinnig ding) en hebben er alle valiezen (vier) en al de handbagage en Simon zijn flightcase met zijn nieuwe basgitaar, en onze jongen in zijn stoeltje in gekregen!  We vertrekken van Marseille richting St Cyr sur Mer. Na een rit van ongeveer anderhalf uur komen we aan in ons appartementje.  Simon verblijft hier al enkele maanden, telkens wanneer hij in Frankrijk is.

Het gemeubeld appartementje is echt mooi: het lijkt heel recent, heeft een mooie beige vloer, vrolijk gele muren en zo gebroken witte meubels (zo van dat oud wit) overal.  De badkamer en wc zijn in witte tegels en blauwe tegels. Ook heel mooi en met een verwarmd handdoekdroogrekje.  Er is over het algemeen niet veel opbergruimte, maar we hebben de eerste dag toch al onze valiezen al uitgepakt en netjes in de kasten gelegd. We hebben zeker genoeg kleding bij.  Er is slaapplaats voor zes personen en een heel ruim en zonnig terras met zicht op het zwembad en op de prachtig blauwe Middellandse zee.  Wat een luxe!

We hebben honger, maar er blijkt nauwelijks eten te zijn in het appartementje en alles is gesloten want het is een feestdag vandaag.  Dus we eten maar wat Simon wel in huis had om te ontbijten: muesli en nootjes en yoghurt.

Al maanden is Simon mij aan het vertellen hoe mooi het weer hier is en nu, op deze belangrijke eerste dag, begint het hier pijpestelen te regenen: precies een wolkbreuk: geweldig!!

‘s Avonds besluiten we nog pannekoeken te gaan eten in een lokaal restaurantje in het haventje van St Cyr sur Mer.  De pannekoeken zijn heerlijk en het personeel van het restaurantje is heel vriendelijk.  Daarna belanden we alle drie echt moe onder de wol en hebben we een dikke dodo gedaan! 🙂

Dinsdag 9 mei: op ontdekkingstocht

Vandaag moet de papa gaan werken en gaan Joachim en ik op ontdekkingstocht!  We zijn samen met de papa opgestaan en hebben ons klaargemaakt om Simon naar het werk te brengen.  Na een discussie in de wagen met mijn ventje, kunnen we toch een beetje  overeenkomen. Het compromis is: hij toont me (op mijn vraag) een winkelcentrum waar ik geld kan afhalen en boodschappen kan gaan doen.  Simon en ik verschillen nogal.  Ik ben niet gewoon om alleen op reis te zijn en alles alleen te ontdekken.  Ik ben een beetje een bange kip, die er wel van houdt om begeleid te worden.  En hij is echt een plantrekker en heeft geen zin en geen tijd om mijn handje vast te houden of dingen voor mij uit te zoeken.  Dus willen of niet, dit is voor mij een eerste leermoment.  Leren alleen zijn en mijn plan te trekken. J

We brengen de papa naar kantoor in Gémenos (daar bevindt zich dus de moederfirma: Gemplus, later Gemalto), op  een half uurtje van waar we nu wonen.  Daarna rijd ik terug naar het winkelcentrum en ga eten kopen.  Het is echt een mega-grote winkel: Auchan. De Fransen rijden met hun winkelkarretjes zoals ze met hun wagens rijden: als gekken, gas geven, ongeduldig en gehaast, niet echt hoffelijk, zeker de vrouwen niet.

Onze jongen en ik zijn zwaar onder de indruk van drie mega grote vissen die in de verse visafdeling liggen: volgens mij weegt de grootste gemakkelijk twintig à dertig kilo!  Niet te doen!

Als Alice in Wonderland, staan we ook in een grote kleurrijke verse groenten en fruit afdeling.  We kopen een winkelkarretje vol heerlijk verse kleurrijke met zon-overgoten groentjes (radijsjes, worteltjes, trostomaatjes, mini-tomaatjes, sjalotten, komkommer, rode paprika, een stuk pompoen) en fruit (bananen, aardbeien, frambozen).  De groenten en fruit afdeling is ook enorm groot en mooi gepresenteerd. Er wordt water verdampt en dankzij die damp worden de groenten koel gehouden. Het ziet er geweldig uit.  Weer iets nieuws.  Nog vanalles voor bij de boterham en wat pasta voor onze jongen ingeladen in het karretje en we zijn klaar.

Een beetje entertainment voor onze jongen: hij mag op zo een formule 1 wagentje zitten waar je geld in moet steken.  Een glunderende Joachim, geniet met volle teugen!  Wat ben ik dol op dat manneke! Wat bof ik dat ik zijn mama mag zijn. J Vervolgens hebben we met ons tweetjes op een bankje in het winkelcentrum twee warme ovenverse chocoladebroodjes opgesmuld.

’s Middags heeft de papa tijd om samen met ons te gaan lunchen. We eten alle drie een salade en drinken fruitsapjes.  De pasta salade van onze jongen kan hem niet bekoren.  We brengen de papa na de lunch gauw terug naar zijn werk en rijden huiswaarts.  Thuis aangekomen bij het appartementje, ren ik een aantal keer zwaar geladen de trappen op en neer.  Ik draag alle boodschappen en onze slapende jongen naar de tweede verdieping via de trap!  Work that body! 🙂

Onze jongen geniet van zijn dutje en daarna hebben we heerlijk samen gesmuld van het verse fruit: stukjes banaan en verse frambozen.  Het is nog maar de maand mei, maar ik kan zelfs al een beetje zitten zonnen op ons terras. Het is een twintig graden celsius maar heel felle wind: onze eerste ontmoeting met de mistral.  Onze jongen aanschouwt vanop het terras een spektakel.  Een oefening voor in geval van brand: twee geel-rood gekleurde watervliegtuigen die water laden en lossen.  Ze dalen, landen precies op het water zonder te stoppen (terwijl ze water scheppen) en stijgen weer op om het water te lossen dan.  Ze vliegen een rondje en herhalen de oefening.  Onze Joachim kijkt gefascineerd toe.

Het landschap is prachtig: helblauwe lucht, donkerblauwe zee, mooie bergen met indrukwekkende rotswanden, …  Het zonneke schijnt. Ik voel me al veel beter dan gisteren, nu mijn buikje gevuld is en we een koelkast vol lekkers hebben. Het geeft me ook een goed gevoel dat ik de omgeving al een beetje heb kunnen verkennen en als een echte française over de baan raas als een assertieve wegpiraat. 🙂  Vooral voor de zon ben ik dankbaar.  Daar krijg ik zonnige gedachten van!  Aan het landschap, het eten en de zon kan ik alvast wennen.  Het appartementje en de huurwagen zijn weliswaar tijdelijk maar vallen ook goed mee en maken ons tijdelijk verblijf heel aangenaam.

In de namiddag ben ik met onze jongen tot aan de zee gewandeld.  We zijn ook even de baan langs de zee, die door la Baie des Anges loopt, gaan verkennen.  Hier is niet echt een zandstrand, enkel hier en daar een rotsen- of een keienstrand.

Maar in La Ciotat, het badplaatsje naast St Cyr Sur Mer, daar zijn mooie stranden met een mooie promenade erlangs waar je heerlijk kan joggen of wandelen of op een terrasje zitten.  Daar zijn we vanavond nog gaan wandelen op het strand.  Prachtig!

De plannen voor de rest van de week?  Morgen gaan we nog boodschappen doen en verder de buurt verkennen.  Donderdag voormiddag hebben we een afspraak met een lokale kinderarts, om de draadjes te verwijderen uit onze jongen zijn kinneke.

Hij was vlak voor ons vertrek naar Frankrijk met zijn kleine houten fietsje bij ons in de straat (in Wezembeek-Oppem) gevallen, op zijn kin.  Dus in alle drukte vlak voor ons vertrek, heeft de mama, samen met Nicoletta, de lieve Italiaanse buurvrouw een bezoekje gebracht aan de spoedgevallen om onze jongen zijn kin te laten hechten.  Olé.

Vrijdag staat er een hele dag house hunting op het programma.  We gaan op zoek naar een leuke betaalbare huurwoning hier in het Zuiden. En naar het schijnt is het molenhuisje, dat Simon al bezocht had voor onze aankomst & waar hij enthousiast over was, al verhuurd, dus zullen we verder moeten zoeken.  Geen nood, we vinden wel iets.

Lieve dagboeklezertjes, het is hier ondertussen al twintig voor twaalf, dus we zullen eens onder de wol kruipen… en morgen… is een nieuwe dag!  Zoals Chicken Little dat zo mooi zegt.

Jullie reporter ter plaatse springt onder de wol.

Verrassing met pedagogisch tintje

Net op de valreep om 3 minuten voor 16u leveren onze kindjes onze kassabon in.  We krijgen nummer 99.  Dadelijk over 3 minuten volgt de loting.  Je kan je bestede bedrag terugwinnen.  We staan samen met nog andere mensen gespannen te wachten, daar bij het Heyhoef Winkelcentrum hier in Tilburg. De prachtige zonnige dagen van de voorbije week lijken voorbij.  Het is fris en het regent zelfs.  Wij schuilen onder een boom.  De meeste mensen houden zich droog onder een glazen afdakje dat langs alle winkels loopt.  Ook staan er mensen onder de parasol bij de taverne De Groene Vlinder.  Het eerste nummer is een prijs van 12 euro voor een man, die verrast en blij naar het podium stapt.  Vervolgens heeft een mevrouw 15 euro gewonnen.  En ja hoor, zowel Joachim als ik, wisten het.  Op één of andere manier hadden we het voorgevoel, dat we wel eens zouden kunnen winnen.   “45 euro voor nummer 99”.  Ons Jasmine staat te juichen en te springen en rent zonder nummertje al richting het podium.  Ik roep haar gauw terug en geef haar ons winnend nummertje mee.  Ze mag de prijs in ontvangst nemen.  De mevrouw maakt een grapje, wanneer ze tegen Jasmine zegt, dat zijzelf vroeger nooit zoveel zakgeld kreeg.

Onderweg naar huis bedenk ik hoe we dit nu moeten aanpakken.  We deden zomaar mee. Wat gaan we nu met die 9 waardebons van 5 euro doen, te besteden bij het winkelcentrum.  Hoe kunnen we hier wijs mee omgaan?  Ik stel voor dat we ze onder onze drie kinderen verdelen.  Ze krijgen immers nooit zakgeld, waarover ze zich wel eens durven beklagen. Even kijken, ja netjes onder hun drie verdelen, dan krijgen ze elk 3 waardebons van 5 euro.  Het voelt nog niet helemaal ok. Dus ik denk verder na.  Ik wil er graag een pedagogisch doel aan verbinden in het kader van “empathie” en  besluit dat ze zelf iets mogen kiezen ter waarde van 10 euro, op voorwaarde dat ze 1 waardebon van 5 euro gebruiken om iemand anders blij te maken. Ze mogen zelf kiezen wie ze blij maken.  Joachim stelt voor dat hij de waardebon aan iemand geeft.  Ik vind dat te gemakkelijk.  Zo denkt hij niet na over hoe en waarmee hij precies iemand anders gelukkig kan maken.  Dus hij moet wel zelf een cadeau’tje kiezen voor de persoon die hij in gedachten heeft.  Ze mogen erover nadenken.

Een dag later zijn de winkels van het winkelcentrum weer open en trekken we ernaartoe.  Joachim en Jasmine springen met elk 3 waardebons onder de arm de Bart Smit binnen.  Saartje blijft even bij de papa, ze kunnen samen nog wandelen buiten want ze ligt een heerlijk dutje te doen in haar buggy.   Joachim wil zijn vriendje Ryan blij maken en Jasmine haar vriendinnetje Zeyneb.  Ze hebben keurig de geschenkjes uitgezocht.  Jasmine was het eerste klaar en mag haar vriendinnetje verrassen met een schattig mini knuffeltje als sleutelhanger en een volle doos stoepkrijt.  Daarna heeft ze voor zichzelf ook zo een mini knuffeltje gekocht en nog gelpennen en een mooi A4 schrift met lijntjes.  Joachim is nog aan het zoeken.  Ryan is 5 jaar en houdt van Hotwheels, maar ook van helicopters en Ninja’s en Planes. De keuze is moeilijk.  Hij vindt best leuke dingen voor die vijf euro.  Ik help hem om het allemaal te dragen. Een hotwheel wagentje, een helicoptertje en een balletje van Despicable Me.  Dan gaat hij nog op zoek naar iets voor zichzelf.  Hij kan zo gauw niets vinden wat hem kan bekoren.  En daar neemt het verhaal een andere wending.

Een wending die ik stiekem had gehoopt.  Joachim krijgt zoveel plezier in het op voorhand weten dat iemand er heel blij mee gaat zijn, dat hij besluit een stuk van zijn eigen waardebons bij te leggen om een duurder geschenk te nemen.  Iets waarvan hij zeker is dat Ryan het héél leuk zou vinden.  Hij neemt zowel voor hem als voor Ryan opblaasbare grote bokshandschoenen en dan nog het balletje erbij.  De rest kunnen we terugleggen in de winkel.  Dus hij besteed 8 euro aan Ryan zijn geschenk en 7 euro aan zijn eigen ‘geschenk’.  Dus een gullere verdeling dan de 5 en 10 euro die we oorspronkelijk hadden afgesproken.   Ik sta te glimmen van trots naast onze jongen als hij gaat afrekenen aan de kassa.  Het is niet cool, maar ik kan het niet laten en neem goedkeuren en lachend even zijn kin in mijn hand. Lief en plagerig maar vooral heel erg trots wieg ik zijn kin heen en weer en kijk hem lachend aan.  Woorden zijn overbodig.  Zijn ogen stralen en hij lacht.  Wat zie ik hem graag en wat ben ik trots op hem.  Op alle drie trouwens! :

Flashbacks aan Bomma’s ziekenbed

 

Grote ogen kijken me aan, als ik binnen wandel.  Ze herkent me onmiddellijk. “Dag Katleen”, zegt ze blij, duidelijk aangenaam verrast.

Ikzelf ben ook aangenaam verrast door de helderheid van ons bomma, mijn grootmoeder.  Ik verwachtte namelijk het ergste.

Na mijn moeders telefoontje van deze ochtend, met de mededeling dat het niet goed gaat met bomma. Waarbij ze vertelde dat bomma gisteren opgenomen werd in het ziekenhuis met een longontsteking en dat ze vermoedelijk een klein “attackske” (hartaanval) heeft gehad ook.  Dat ze haar zuurstof zouden geven maar verder geen medicatie.  Toen gingen bij mij de alarmbellen al rinkelen.  Ik zag mezelf al vertrekken.  Hop de auto in, en kilometers vreten, om naar haar toe te rijden.  Mijn moeder ging in de ochtend op bezoek en zou me laten weten of ik haar ook kon bezoeken.

Zo gezegd zo gedaan.  Ze liet me weten dat bomma niet meer op intensive care lag en dat ik tussen 14 en 20u op bezoek kon komen.   Ik ben na schooltijd in de auto gestapt en  100km gereden.  De drang was te groot.  Ik moest ernaartoe.

Bomma lag met een zuurstofmaskertje. Ze had ook meerdere baxters.

Er stond een dienblad met eten klaar.  Gelukkig had ze eetlust.  En ook de kracht om te eten.  Mijn moeder gaf haar de stukjes brood, zonder korst, belegd met americain préparé.  Daarna hielp ik haar met haar koffie met melk.  We hebben haar wat meer rechtop gezet, met het electrisch verstelbare hoofduiteinde van het bed.  Ik hield mee haar kopje koffie vast.  Slokje per slokje dronk ze het op.

Ik maakte in mijn hoofd een korte tijdreis naar mijn kindertijd. Toen gingen we elke zondag op bezoek bij mijn grootouders.  Ze hadden een grote tuin en we speelden heel de dag buiten.  Mijn nonkel die nog thuis bij zijn ouders woonde, speelde vaak met ons.  Hij is industrieel ingenieur en maakte allerlei dingen voor ons.  Voor onze bmx had hij een side-car in mekaar gelast.  Mijn broer reed op de bmx en ik mocht mee in de side car! Op een oude Puch bromfiets  hebben we ook als kind rondgereden in en rond de grote tuin. Ook een gemotoriseerde go cart heeft hij in mekaar geknutseld.  Wat een avonturen!  We hadden het elke week enorm naar onze zin.  Mijn grootvader had kippen, een geit, duiven en bijtjes.  Hij was imker en zorgde voor heerlijke honing.  Hij toonde ons veel en ook in de tuin was er altijd iets interessant te beleven.  Hij had zijn eigen groenten en fruit.  Samen aardappels rooien. Pruimen, krieken, abrikozen, rode of blauwe besjes plukken en opsmullen, we mochten het allemaal.  Na een dag buiten spelen, gingen we met z’n allen eten.  Dan hadden we allemaal reuze honger.  Er stonden ook telkens twee thermossen klaar – of waren het koffiekannen?  In elk geval, je moest opletten de welke je gebruikte want de koffiekan van bomma bevatte zulke sterke koffie dat je je lepeltje er in recht kon zetten!  Als je per ongeluk van de verkeerde koffiekan dronk, veranderde je in een stuiterend duracel-konijn, met een kapsel alsof je net je vingers in het stopcontact had gestoken.

Ik weet hoe graag bomma vroeger koffie dronk.  In het rusthuis drinkt ze meestal thee op zijn Engels, met melk.  Maar hier koos ze zelf voor koffie.  Ik weet en zie dat ze van elke slok geniet.  Het smaakt haar echt. Ze wil graag nog een tweede kopje.  Dat ze ook met veel smaak sloksgewijs opdrinkt. Tussen twee slokken, vergeet ze dat ze koffie aan het drinken is.  Het lijkt een kort moment van dagdromen.  Of is het een absence? Ik vraag of ze genoeg koffie heeft gedronken? De vraag is niet duidelijk, denk ik, want er komt geen antwoord.  Mijn moeder die ook op bezoek is, herformuleert de vraag. “Ma, er zit nog een slokje koffie in je kopje, ga je dat nog opdrinken?”.  Ja, ze komt met haar aandacht terug bij ons, en bomma drinkt het verder op.

Er is ook nog een dessertje, een vanille puddinkje.  Ik vraag haar of ze dat ook nog wil.  Ja, dat lust ze wel.  Lepel per lepel, help ik haar en ze eet het smakelijk op.  Terwijl ik lepel, vertelt mijn ma over vroeger toen wij klein waren. Elke avond werd er pap gemaakt.  Warme vanillepap, zoals bij de ouders van mijn pa. Warme havermoutpap zoals bij bomma en bompa.  Ofwel was er nog keuze uit warme chocolade pap of griesmeelpap.  Het was eigenlijk elke avond een vertrouwde afsluiter van de dag.  Ik weet dat dit dessertje, haar smaakt.  Bomma houdt van eten.  Bomma is op dat gebied een Bourgondiër.  Ze geniet.

Na het eten krijgt bomma haar zuurstofmaskertje terug op.  Ik stop haar armen onder de deken en bedek ook haar schouders.  Ze heeft het makkelijk koud.  Lekker warm onder de dekens, dommelt ze al gauw in. Ze doet een dutje.

Mijn ma en ik zitten elk aan een kant van het bed. We praten even met haar buurvrouw. En kijken door het raam naar de bomen.  We zien twee eksters ijverig bouwen aan hun nest.  Wat mooi dat ze dat lentetafereel  vanuit het raam kunnen zien.  Als bomma beter is, zal ze het ook kunnen zien.  We moeten lachen want de bomen hebben nog geen blaadjes. De eksters zitten open en bloot. We grappen dat ze moeten uitkijken wat ze doen, want dat we alles kunnen zien.

Het doet me deugd hier te zijn en zowel mijn ma als ons bomma te zien.  We wonen verder weg, dus zien mekaar niet zo vaak. En toch doet het zo goed.  Ook bomma en ons ma genieten van het samen-zijn.

Ik hang een zelf geschilderd kleurrijk hartje tegenover bomma aan het prikbord. Gemaakt tijdens een creatieve bui, toen ik met ons jongste dochtertje in de binnenspeeltuin zat te schilderen.  Ik schrijf erbij “Gauw beter worden bomma” en onze namen.

Na een tijdje nemen we afscheid.  We nemen nog een selfie met ons bomma erbij.

Het was een liefdevolle namiddag waar ik erg dankbaar voor ben.  Ik heb er intens van genoten.

Ik hoop dat het goed met haar gaat.  Ik zou graag willen dat er iemand bij haar is, wanneer het zover zou zijn.  Als haar toestand verslechtert zou ik een beurtsysteem willen maken en om de beurt gaan waken bij haar.  Mijn grootvader is in hetzelfde ziekenhuis in 1995 overleden aan een longontsteking.  Ik heb hem gelukkig nog elke dag kunnen bezoeken toen.  Ik woonde toen zelf ook in Mechelen, op een paar minuutjes van het ziekenhuis.  Ik zag hem de laatste twee weken van zijn leven elke dag.  Jammer genoeg hebben we zijn einde niet zien aankomen.  Hij had ook MS.  Het is erg snel gegaan en hij is ’s nachts overleden.  Als we het konden overdoen, zou ik willen dat er iemand bij hem was.  Dat hij dat laatste moment niet alleen was, dat er buiten zijn kamergenoten, iemand van ons bij was.

Ze is 88 jaar geworden vorige week maandag. Een mooie leeftijd.  Ik zou heel graag willen dat ze nog minstens 100 jaar wordt.  Misschien is dat egoïstisch, maar je laat niet graag iemand gaan.  Als ze dan toch moet gaan, weet ik dat bompa haar op zal wachten.  Mijn god dat moet een prachtig moment zijn, dat weerziens met haar man, haar zus, broer, haar ouders…  Dat is een warme liefdevolle gedachte die het afscheid minder zwaar maakt.

Ik zie je graag bomma.  Blijf aub nog een tijdje bij ons, en mocht je toch gaan, geef dan bompa een heel dikke knuffel van mij.  En zeg dat ik nog heel vaak aan hem denk.  Mijn blognaam is zijn koosnaampje voor mij: Kattemie.

Gelanceerd in een opwaartse spiraal

Opwaartse spiraal.

 

Alleen al in de wagen zitten, de wijk uitrijden en onderweg zijn naar een moment voor mezelf, is al therapeutisch op zich.  De druk vermindert.  Ik krijg meer ademruimte.

Het kan onderweg zijn richting Antwerpen, die heerlijk bruisende stad.  De stad uit mijn studententijd. Maar belangrijker nog, het is de stad, waar boezemvriendinnetje Katy woont.  Bij een heerlijk stuk versgebakken frambozentaart in de Patine – vlakbij het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten – kunnen we uren zitten kletsen.  We filosoferen bij kopjes verse gemberthee.  We wisselen inzichten en anekdotes uit.  We kunnen ons ontspannen en laden ons tegelijkertijd weer op.  Nieuwe energie, nieuwe inspiratie, nieuwe ideeën.  Wat heerlijk zo een jaren-jaren-jarenlange vriendschap.

Het kan onderweg zijn naar een sauna om te relaxen met Laila & Birgit, de vriendinnen uit de studententijd in Mechelen.  Lachen, eten, praten, ontspannen, opwarmen in de sauna, afkoelen bij een kopje verse muntthee, het hoort er allemaal bij.  En ook al hebben we ondertussen alle drie een gezin met kindjes. Als we zo onder ons drietjes weg zijn, dan voelt het net als in de studententijd. Dan lijkt het als of we niets veranderd zijn, op die lachrimpeltjes na dan. J

Het kan onderweg zijn naar een leerrijk avondje over het gebruik van etherische oliën.

Of op de fiets onderweg naar een pittig sportlesje bij Maaike.

Of onderweg naar mijn ouders in Haacht.  Wat fijn om thuis te komen.  Weinig woorden nodig.  Want onze communicatie verloopt tussen de lijntjes. Wat een veilige comfortabele dochterrol, waarbij er verse frietjes voor ons gebakken worden. Wat voelt het allemaal vertrouwd.  Hotel La Mama.  Op bezoek gaan bij mijn oudste broer Bart en schoonzus Cindy, met hun vier prachtige dochtertjes.  Yana de tweede oudste, kan omwille van haar Rett-syndroom niet praten.  Maar haar ogen, stralen en lachen, als ik bij haar ga zitten en over haar rugje wrijf.  Ze komt dichterbij om te knuffelen.  Haar ogen stralen en lachen en zeggen blij: “Tante Katleen is er!”.  Hartverwarmend mooi.  Wat is ze lief!

 

Het zijn heel dankbare momenten.  Het zijn die dingen die ik opsom voor het slapen gaan in mijn schriftje.  Het schriftje waar ik de dingen in schrijf waar ik blij en dankbaar voor ben.

Het zijn die momenten die je met een gezond egoïsme ingepland hebt voor jezelf.  Het zijn die momenten die ervoor zorgen dat er weer wat ruimte komt in je hoofd.  Dankzij die ruimte, krijg je inspiratie.  Via die inspiratie bedenk je weer andere ontspanningsmomenten. Die dan weer zorgen voor nog wat meer extra ruimte in je hoofd en lichaam.

Ruimte om te lachen, ruimte om helemaal mezelf te zijn.  Je weet wel, die grappige, spontane, gevoelige, prettig-gestoorde zelf, die toch een beetje verstopt zit soms.  En wat geniet ik van die momenten want ze lanceren mij voorzichtig en liefdevol in een opwaartse spiraal. 20141206_154542IMG-20141218-WA0013

Een kopje koffie voor de onzichtbare man

Hij zit alleen aan een tafeltje in de taverne de Groene Vlinder. Hij zit zijdelings op zijn stoel en kijkt achterom. Hij lijkt niet in het geheel te passen.  Er is geroezemoes en geklets, het lijkt wel een gonzende bijenkorf deze taverne vol mensen die samen lunchen.  Op één of andere manier past hij er niet in.  Alsof er een geest zit op een stoel, die ons gadeslaat, maar niemand ziet hem.  En zo is het ook, niemand ziet hem.  Althans zo lijkt het toch.  Maar ik zie hem.  Ik voel dat er iets niet klopt.  Hij heeft geen gezelschap. Er staat ook niets op zijn tafeltje.  Geen drankje, geen lunch, niets.

Hij lijkt een beetje Indisch, en heeft iets langere donkere, grijs-wordende haren.  Een oudere man met een donkere huidskleur en een rustige, of is het een onrustige, rondkijkende blik.

Mijn man en ik bestellen verse muntthee.  Ik doe er honing in, want ben flink verkouden. We praten en toch valt mijn blik terug op de oude man.  Nee, ik kan niet doen alsof ik hem niet zie.  Nee, ik kan niet hier zitten eten en drinken terwijl hij een leeg tafeltje heeft.  Dus ik besluit de serveerster om inlichtingen te vragen.  Is de man in gezelschap en heeft hij al iets te drinken of eten besteld?  Zoals ik verwachtte, twee keer was het antwoord “nee”.

Dus, ik slikte en zei, dat hij best een koffie of thee mocht bestellen en dat ze die bij ons op de rekening mochten zetten.  De serveerster was verrast, en zei dat het aardig van ons was.  Ze liep naar de man toe, en sprak kort met hem. De man keek naar ons.  Ik glimlachte en knikte.  Hij bestelde een kopje koffie. Daarna bestelden we ons eten.  Ik voelde nog steeds onrust en dacht, dat hij eigenlijk best ook een soepje of tosti mocht bestellen.  Iets om te eten. Stel je voor dat hij echt geen geld heeft om iets te eten of te drinken.  Ik besprak het met de serveerster, en zij besprak het met de man.  Ondertussen shifte ik mijn aandacht naar mijn eigen gezelschap om hem in alle discretie zijn koffie te laten drinken. De serveerster vertelde me dat hij verder niets wou bestellen.  Dus liet ik het ook hierbij. Ik at mijn tomatensoepje op.  We rekenden af en vertrokken.  De man zat nog steeds aan zijn tafeltje, niet langer zijdelings en achteromkijkend.  Hij keek nu voor zich uit en heeft ons de taverne niet zien verlaten.

We wandelden terug naar onze wagen.  Ik vroeg me af of het een dakloze man was. Hij zag er verder wel verzorgd uit.  Er klopte ergens iets niet. Maar, ik kon er mijn vinger niet echt op leggen.  Ik bedacht me dat het best koud is om de hele dag buiten rond te lopen.  Ik vroeg me af waar de daklozen zich opwarmen.  Mogen ze zonder bibliotheekpasje bijvoorbeeld in de bib gaan zitten en tijdschriften of de krant lezen?  Ik ken de meneer zijn verhaal niet.  Onze actie verandert waarschijnlijk niet veel voor hem.  Ik hoop alleen dat het voor hem een lichtpuntje was in zijn dag.  Dat hij daardoor de moed heeft en zich de goedheid van de mensen herinnert.  Bovenal hoop ik, dat hij weet en voelt, dat ik hem gezien heb. Dat hij niet onzichtbaar was.

Met dit verhaal, wil ik geen pluim op eigen hoed zetten.  Ik wil eerder aanzetten tot actie. De volgende keer dat je iemand ziet, die onzichtbaar lijkt.  Glimlach, doe iets, onderneem actie.

Hoe klein het ook is. Het kan een wereld van verschil betekenen.

IMG-20141217-WA0043